Technologie · · 8 min leestijd

VR-training: voor wie is het écht geschikt?

VR verkoopt zichzelf op een beurs en verkoopt zichzelf niet terug in een businesscase. Een eerlijke afbakening van waar het loont en waar het een dure omweg is.

M

Milan Stark

Business development, STARK Learning

Meerdere monteurs oefenen tegelijk met VR-brillen in een werkhal

De hype voorbij

Er is een periode geweest waarin elke organisatie iets met VR moest. Die periode is voorbij, en dat is winst. Wat overblijft is een gereedschap met een smal maar reëel toepassingsgebied, en de vraag is niet meer of het indruk maakt, maar of het zich terugverdient.

Wij bouwen VR-trainingen en we raden ze regelmatig af. Dat is geen bescheidenheid maar rekenwerk: voor het grootste deel van de trainingsvragen die wij krijgen, is een goed gemaakte e-learning sneller, goedkoper en even effectief.

De drie voorwaarden

VR verdient zich terug wanneer alle drie de volgende dingen gelden. Bij twee van de drie is het meestal al de moeite niet.

Je kunt het in werkelijkheid niet oefenen. Een brand in een machinehal, een gaslekkage bij een compressor, een thermisch incident in een batterijcontainer. Situaties die te gevaarlijk zijn om na te bootsen, of die de productie zouden stilleggen. Dit is de belangrijkste voorwaarde en meteen de meest onderschatte: als je het op de installatie kunt oefenen, doe dat dan.

Het gaat om handelen, niet om weten. De vraag moet zijn wat iemand dóet als het misgaat, niet of hij de procedure kent. Voor kennisoverdracht is VR een dure manier om iets te bereiken wat een module ook doet.

Het komt vaak genoeg voor om te herhalen. Een scenario dat één keer wordt doorlopen, rechtvaardigt de bouwkosten zelden. De waarde ontstaat bij herhaling: elke ploeg, elke nieuwe medewerker, elk jaar opnieuw. Dan verschuift de kostprijs per deelnemer richting iets verdedigbaars.

Waar het niet loont

Even expliciet de andere kant, want daar zit het meeste geld dat verkeerd wordt uitgegeven.

Bij pure kennisoverdracht, regelgeving, procedures, productkennis, is VR overkill. Bij handelingen die om fysiek gevoel vragen, zoals aandraaimomenten of gereedschapsbediening, komt de simulatie niet in de buurt van de echte handeling. En bij onderwerpen die snel veranderen is het ronduit ongelukkig: een VR-scenario aanpassen is aanzienlijk duurder dan een tekstscherm wijzigen, dus wat volgend jaar anders is, kun je beter niet in VR zetten.

Er is ook een praktische grens die zelden vooraf wordt besproken: iemand moet de headsets beheren. Opladen, updaten, schoonmaken, uitdelen. Zonder eigenaar staan ze binnen een half jaar in een kast.

De eerlijke rekensom

De vraag die de beslissing maakt, is niet wat VR kost maar wat het alternatief kost.

Zet de bouwkosten af tegen wat je nu doet. Een organisatie die jaarlijks vier ploegen een dag laat oefenen met externe begeleiding en een stilgelegde installatie, betaalt daar meer voor dan men denkt, en die kosten komen elk jaar terug. Tegen die achtergrond is een scenario dat vijf jaar meegaat en per ploeg herhaald kan worden, snel te verdedigen.

Doe je die vergelijking niet, dan blijft VR een uitgave zonder tegenpost, en dan wint hij het nooit van een e-learning van een tiende van de prijs.

Onze vuistregel: begin bij het duurste incident dat je het afgelopen jaar bijna had. Als dat scenario in werkelijkheid niet te oefenen is, heb je een kandidaat. Zo niet, dan is er waarschijnlijk iets goedkopers dat meer oplevert.

Valt VR af, dan is de vraag welke vorm het wel wordt. Dat overzicht staat in de gids over een bedrijfsacademie opzetten of vernieuwen. Wat er technisch bij komt kijken, lees je bij VR- en XR-simulaties.

Twijfel je of VR past bij jouw situatie?

Vertel ons wat er speelt, we denken graag mee over een aanpak die past bij jouw mensen en installatie.

M

Milan

Business development, STARK Learning