Ontwikkeling · · 7 min leestijd

Procedures veranderen. Je trainingsmateriaal niet.

Bijna elke organisatie heeft trainingsmateriaal dat niet meer klopt. Niet door nalatigheid, maar omdat de kosten van bijwerken hoger liggen dan de pijn van verouderd materiaal, tot er iets misgaat.

M

Milan Stark

Business development, STARK Learning

Bedieningspaneel met schakelaars voor lamptest, bedieningsstand en noodbediening

Het stille verval

Vraag in een willekeurige industriële organisatie wanneer het veiligheidsmateriaal voor het laatst is bijgewerkt, en het antwoord is zelden een datum. Het is een verhaal: er was een project, drie of vier jaar geleden, en sindsdien is er het een en ander veranderd.

Dat “het een en ander” is meestal aanzienlijk. Een installatie uitgebreid. Een leverancier gewisseld. Een procedure aangescherpt na een incident. Een nieuwe regelgeving verwerkt in de SOP maar niet in de module die ernaar verwijst.

Niemand heeft daar een besluit over genomen. Er is nooit een moment geweest waarop iemand zei: we laten dit verouderen. Het gebeurde omdat elke afzonderlijke wijziging te klein was om er een project van te maken, en samen te groot om nog even snel te doen.

Waarom niemand het bijwerkt

De reden is economisch, niet organisatorisch.

Bij traditionele productie van trainingsmateriaal is de kostprijs van een wijziging bijna net zo hoog als die van nieuwbouw. Het bronbestand ligt bij een externe partij, in een formaat dat je zelf niet kunt bewerken. Er moet een opdracht komen, een planning, een review, een nieuwe export, een nieuwe upload in het LMS. Voor het aanpassen van drie schermen.

Dus rekent iedereen dezelfde som: deze wijziging is te klein om dat waard te zijn. Die som klopt per wijziging. Hij klopt niet na twaalf wijzigingen.

Daar komt bij dat de kosten van verouderd materiaal onzichtbaar zijn tot het misgaat. Een module die een verouderde procedure onderwijst, geeft geen foutmelding. Mensen halen hem gewoon, en leren iets wat niet meer waar is.

De schaduwprocedure

Wat er dan ontstaat is een tweede werkelijkheid.

De officiële procedure staat in het systeem. De werkelijke procedure zit in de hoofden van de mensen die er dagelijks mee werken, en wordt mondeling doorgegeven aan nieuwe collega’s. Meestal is die tweede versie beter dan de eerste. Hij is immers bijgewerkt door de praktijk.

Tot het moment waarop het uitmaakt. Bij een audit, waarin blijkt dat niemand werkt volgens het vastgelegde proces. Bij een incident, waarin de onderzoeksvraag wordt waarom er is afgeweken. Of bij het vertrek van de collega die als enige wist waarom die ene stap erin zat.

Dit is ook de reden dat “meer training” zelden het antwoord is. Het probleem is niet dat mensen te weinig hebben geleerd. Het probleem is dat wat ze hebben geleerd niet meer overeenkomt met wat er in het systeem staat.

Onderhoudbaar ontwerpen

De uitweg zit in het ontwerp, niet in discipline. Vier keuzes maken het verschil.

Modulair in plaats van lineair. Materiaal dat is opgebouwd uit losse onderdelen laat zich per onderdeel vervangen. Een cursus die als één geheel is geproduceerd, moet in zijn geheel opnieuw.

Eén bron voor meerdere formaten. Als de handleiding, de e-learning en de werkinstructie op de tablet uit hetzelfde materiaal komen, is een wijziging één handeling. Komen ze uit drie bestanden bij drie partijen, dan is het er drie, en gaat er altijd één vergeten.

Eigenaarschap van de bronbestanden. Als je de bron niet kunt bewerken, ben je voor elke komma afhankelijk. Regel dat contractueel, ook als je het bijwerken zelf uitbesteedt.

Een vast herzieningsmoment. Niet “bijwerken wanneer nodig”, dat gebeurt niet. Twee keer per jaar een uur per module, gekoppeld aan een bestaand overleg.

Waar te beginnen

Niet met alles tegelijk. Begin met de inventarisatie die niemand ooit maakt: welk materiaal is er, wanneer is het voor het laatst gewijzigd, en welke procedures zijn sindsdien aangepast?

Die lijst is meestal ongemakkelijk en altijd verhelderend. In vrijwel elke organisatie blijkt een klein deel van het materiaal het grootste risico te dragen, de modules over de handelingen waar het echt fout kan gaan, die precies zo lang niet zijn aangeraakt als de rest.

Begin daar. Niet met het opnieuw maken van alles, maar met het onderhoudbaar maken van het deel dat ertoe doet. De rest volgt vanzelf zodra bijwerken geen project meer is.

Onderhoudbaarheid is een van de vier vragen die je aan het begin van elk opleidingstraject stelt. De andere drie staan in de gids over een bedrijfsacademie opzetten of vernieuwen. Wat dat betekent voor de productiekant, lees je bij AI-ondersteunde ontwikkeling.

Loopt jouw materiaal achter op de praktijk? Daar is een uitweg voor.

Vertel ons wat er speelt, we denken graag mee over een aanpak die past bij jouw mensen en installatie.

M

Milan

Business development, STARK Learning