Het probleem is het tweede jaar
Een meertalig traject begint bijna altijd goed. Er is budget, er is aandacht, en de vijf versies worden tegelijk opgeleverd. Iedereen is tevreden.
Het probleem ontstaat bij de eerste wijziging. Een procedure verandert, en de Nederlandse versie wordt bijgewerkt omdat die het dichtst bij huis staat. De Poolse versie volgt een maand later, de Roemeense niet, en de Turkse blijkt bij navraag door een uitzendkracht te zijn vertaald die er niet meer werkt.
Vanaf dat moment heb je geen vijf talen meer maar vijf verschillende trainingen. En de mensen die de afwijkende versie krijgen zijn precies degenen die het minst goed kunnen controleren of wat ze leren nog klopt.
Waar het uiteenloopt
Drie dingen veroorzaken vrijwel alle drift.
Tekst in beeld. Als een schermtekst in een afbeelding of video is ingebrand, kost wijzigen opnieuw productie. Bij vijf talen is dat vijf keer, en dus gebeurt het niet.
Losse bestanden per taal. Wanneer elke taal een eigen bronbestand is, is er geen enkele plek waar zichtbaar is dat de versies uiteenlopen. Iemand moet dat handmatig bijhouden, en dat is precies de taak die als eerste verdwijnt als het druk wordt.
Geen eigenaar per taal. De Nederlandse versie heeft altijd een eigenaar. De andere vier vaak niet. Er is iemand die ooit heeft vertaald, en dat is iets anders dan iemand die verantwoordelijk is.
Ontwerpen voor onderhoud
De keuzes die dit voorkomen, maak je aan het begin. Achteraf repareren betekent in de praktijk opnieuw bouwen.
Scheid tekst van beeld. Beeldmateriaal zonder ingebrande tekst, met een aparte tekstlaag. Dan is een taal toevoegen of wijzigen een tekstoperatie, geen productie.
Werk met één bron en taalvarianten. Eén structuur waarin per element de taalversies hangen, zodat een wijziging aan de bron zichtbaar maakt welke talen achterlopen. Dit is de belangrijkste keuze van de vijf.
Gebruik visuele instructie waar het kan. Wat je in beeld kunt vertellen, hoeft niet vertaald te worden. Dat verlaagt de onderhoudslast structureel en verhoogt bovendien de begrijpelijkheid.
Leg de terminologie vast. Een termenlijst per taal, waarin de vaktermen en de merkspecifieke woorden staan. Zonder die lijst kiest elke vertaler zijn eigen woord voor hetzelfde onderdeel.
Wijs per taal iemand aan die controleert. Niet vertaalt, controleert. Iemand uit de eigen organisatie die de installatie kent en de taal spreekt. Eén ronde van een half uur per wijziging is genoeg, en het verschil in kwaliteit is aanzienlijk.
Wat AI hier wel en niet oplost
Machinevertaling is de afgelopen jaren aanzienlijk beter geworden, en voor dit type materiaal is dat merkbaar. Maar het verschuift het probleem meer dan dat het het oplost.
Wat het wél doet: de kosten van taal zes vrijwel gelijk maken aan die van taal twee, en, belangrijker, het consistent houden van terminologie over een hele set. Dat laatste was voorheen het echte knelpunt, niet het vertalen zelf.
Wat het niet doet: beoordelen of de vertaalde instructie klopt met de installatie. Een model vertaalt “afsluiter” correct en weet niet dat jullie dat onderdeel op locatie anders noemen, of dat er in die taal een term is die tot verwarring leidt met een ander systeem. Daar is de menselijke controleronde voor, en die blijft nodig.
De praktische conclusie: laat de kosten van vertalen niet langer bepalen in hoeveel talen je traint. Laat de beschikbaarheid van controleurs dat bepalen, dat is nu de schaarse factor, en het is een factor die je kunt organiseren.
Meertaligheid is een ontwerpkeuze die je vroeg maakt, samen met een aantal andere. Welke dat zijn, staat in de gids over een bedrijfsacademie opzetten of vernieuwen. De toepassing vind je bij meertalige onboarding, de productiekant bij AI-ondersteunde ontwikkeling.