Technologie · · 7 min leestijd

Photogrammetrie: je installatie inscannen in plaats van namodelleren

De grootste kostenpost bij 3D-werk is het model dat er nog niet is. Bij installaties uit de jaren tachtig bestaat er niets. Inscannen kan, met scherpe grenzen.

M

Milan Stark

Business development, STARK Learning

Luchtfoto van een uitgestrekt chemiecomplex aan het water

Het model dat er niet is

Bij elke offerte voor 3D-werk zit één variabele die de begroting meer verschuift dan alle andere bij elkaar: bestaat er al een bruikbaar model van de installatie?

Bij nieuwbouw meestal wel. Er ligt een ontwerpmodel, dat scheelt aanzienlijk, mits het te vereenvoudigen is tot iets wat vlot rendert. Bij een installatie uit 1985 ligt er niets. Er zijn tekeningen, vaak op papier, vaak niet meer kloppend, en er is de werkelijkheid op het terrein die daar in dertig jaar van is afgeweken.

Dan zijn er twee routes. Iemand modelleert het na op basis van tekeningen en foto’s, of je legt vast wat er werkelijk staat. Photogrammetrie is de tweede route.

Hoe het werkt, in gewone taal

Je maakt honderden tot duizenden foto’s van een object of ruimte, van alle kanten en met overlap. Software zoekt in die beelden dezelfde punten terug, berekent daaruit waar de camera stond, en leidt er een puntenwolk uit af. Die wordt een mesh, en de foto’s worden er als textuur overheen gelegd.

Het resultaat is een model dat er niet uitziet als een tekening maar als de installatie. Inclusief de roest, de verfnummers, de leiding die er ooit bij is gelast en op geen enkele tekening staat.

Dat laatste is precies waarom het voor training werkt. Herkenning is geen cosmetiek. Een monteur die het scherm herkent als zijn eigen werkplek, leert iets anders dan een monteur die naar een schematische weergave kijkt.

Waar het uitstekend in is

Herkenbaarheid. Voor site-inductie, oriëntatie en werkinstructie op bestaande installaties is dit de sterkste kaart. Je laat de echte plek zien.

Snelheid van vastleggen. Een middagje fotograferen levert materiaal op waar iemand anders dagen aan zou modelleren.

Vastleggen van een toestand. Voor en na een revisie, of de situatie zoals die was voordat er iets werd omgebouwd. Dat is nuttig ver buiten training.

Grote objecten in de buitenlucht. Een turbinevoet, een tankput, een compressorstation. Met een drone erbij komt daar veel bereikbaar in beeld.

Waar het op stukloopt

Hier moet je scherp zijn, want dit is waar projecten teleurstellen.

Glans en spiegeling. Roestvast staal, gepolijste oppervlakken en glas geven de software geen houvast. Die vlakken worden rommelig of vallen weg. Op een chemische installatie is dat een aanzienlijk deel van wat er staat.

Bewegende delen. Alles wat tijdens de opname beweegt, wordt onbruikbaar. Draaiend materieel moet stilstaan.

Binnenkanten. Wat je niet kunt fotograferen, komt er niet in. De binnenzijde van een leiding of een vat blijft leeg, en dat is regelmatig precies waar de instructie over gaat.

Maatvastheid. Een photogrammetriemodel ziet er overtuigend uit en is niet automatisch maatvast. Voor engineering of inpassing heb je een laserscan nodig. Voor training is het meestal ruim voldoende, maar leg vast wat je verwacht.

Licht. Wisselend licht en harde schaduwen tijdens de opname geven vlekkerige texturen. Bewolkt weer is beter dan zon.

Scannen of namodelleren

De keuze hangt af van wat het model moet doen.

Moet iemand de plek herkennen, dan wint scannen. Moet je onderdelen los kunnen bewegen, uit elkaar halen of animeren, dan wint namodelleren: een gescand model is één geheel, geen verzameling losse componenten. Een gescande pomp kun je laten zien, maar niet openen.

In de praktijk is de combinatie het vaakst de juiste. De omgeving scan je, het onderdeel waar de instructie over gaat modelleer je na. Dat is aanzienlijk goedkoper dan alles namodelleren en het levert wel de interactie op die een werkinstructie nodig heeft.

Wat het kost

De opname is het goedkope deel. Verwerking, opschonen en het geschikt maken voor gebruik op een tablet is het dure deel, en dat wordt in offertes wel eens weggelaten.

Vraag daarom niet wat een scan kost, maar wat een bruikbaar model kost. Een ruwe puntenwolk van vier gigabyte is geen resultaat, dat is een tussenstap.

De vraag die de investering verdedigbaar maakt, is dezelfde als bij alle visualisatie: hoe vaak ga je dit model hergebruiken? Eén keer scannen voor één instructie is duur. Eén keer scannen voor de inductie, de werkinstructie, de handleiding en het scenario is dat niet.

Waar dit past binnen de bredere keuze voor leermateriaal, lees je in de gids over een bedrijfsacademie opzetten of vernieuwen. Wat je met zo’n model daarna kunt, staat bij 3D-werkinstructies.

Heb je een installatie zonder bruikbaar model?

Vertel ons wat er speelt, we denken graag mee over een aanpak die past bij jouw mensen en installatie.

M

Milan

Business development, STARK Learning